Josep Bartomeu is voor velen de geschiedenisboeken ingegaan als de man die Barcelona financieel te gronde heeft gericht.

In een interview met de Catalaanse krant Ara verdedigt Bartomeu, tussen 2014 en 2020 de baas der Blaugranas, zijn werk.
Bartomeu begreep dat zijn opvolger, Joan Laporta, in 2020 begon met klagen over de manier waarop de club was overgedragen: dat is immers traditie in Camp Nou. Dat het bij de volgende verkiezingen, vijf jaar later, wéér gebeurde, was voor hem aanleiding om zelf ook de publiciteit te zoeken. Met name om zich te weren tegen het stempel van 'de slechtste president in de clubgeschiedenis'.
Dat ziet de beschuldigde toch wat anders. “Daar kan ik alleen maar om lachen. Dan vraag ik mensen in welk opzicht dat dan is. Sportief kan ik bijvoorbeeld zeggen dat ik in zes jaar dertien titels heb gewonnen. Economisch? Nou, in zes jaar heb ik meer dan honderd miljoen euro verdiend voor de club. En zonder de coronapandemie was de verbouwing van het stadion vermoedelijk medio 2021 al begonnen.'
Ook de oud-preses kan niet ontkennen dat Barcelona jarenlang in flinke financiële ellende zat. Laporta wijst graag naar dure contractverlengingen die Bartomeu doorvoerde, vlak voor de ellende begon. De 'dader' verdedigt zich. 'Kijk, in maart 2020 begon de lockdown, toen moesten we de club sluiten. Ons werd verteld dat we in het nieuwe seizoen zeker weer open konden, maar in augustus lag dat ineens anders.”
Bartomeu wijst ook naar de spelers, die volgens hem in coronatijd geen grote offers wilden brengen. “We hadden de salarissen met 14 procent omlaag, maar later wilden we dat naar 20 procent opvoeren. Nou, dat weigerden ze. Dan hebben we aangeboden om spelers wel alles uit te betalen, maar met vertraging. Daar gingen ook maar vier spelers mee akkoord.” (VI)