PARAMARIBO – Kinderen met chikungunya mogen niet worden behandeld alsof zij dengue hebben.

Die waarschuwing klonk duidelijk tijdens een medisch webinar over de zorg voor kinderen met chikungunya. Hoewel de klachten op elkaar lijken, vragen beide ziekten om een andere aanpak, vooral wanneer een kind ernstig ziek is.
Een belangrijk verschil zit in de pijnbestrijding. Bij chikungunya is hevige gewrichtspijn vaak het grootste probleem. In tegenstelling tot dengue, waarbij sommige pijnstillers risico’s met zich meebrengen, kunnen bij bevestigde chikungunya juist ontstekingsremmende pijnstillers worden gebruikt. Deze helpen beter tegen de intense pijn waar veel kinderen onder lijden.
Voldoende vocht is een tweede cruciale pijler van de behandeling. Door pijn en ziekte drinken en eten veel kinderen slecht, waardoor uitdroging op de loer ligt. Artsen moeten daarom goed beoordelen of een kind genoeg kan drinken of dat toediening via een infuus nodig is. Dit verschilt per kind en vraagt om maatwerk.
Bij ernstige ziekte wordt het verschil met dengue nog belangrijker. Chikungunya kan bij kinderen leiden tot een ernstige ontregeling van de bloedsomloop, vooral wanneer ook de hersenen zijn aangetast. In zulke gevallen werkt de standaardbehandeling die vaak bij dengue wordt gebruikt niet altijd goed. “Het klakkeloos volgen van dengue-richtlijnen kan dan zelfs schadelijk zijn”, waarschuwden artsen die werken op intensive care-afdelingen.
Pasgeborenen vormen een extra kwetsbare groep. Baby’s die rond de geboorte besmet raken, kunnen pas enkele dagen later ernstig ziek worden. Zij kunnen stuipen krijgen, suf worden of problemen ontwikkelen met hun bloedsomloop. Daarom adviseerden deskundigen om deze baby’s minimaal zeven dagen in het ziekenhuis te observeren, ook als zij in eerste instantie stabiel lijken.
Artsen moeten daarnaast breed blijven denken. Niet elke ernstige ziekte bij een kind met koorts is automatisch chikungunya. Ook ernstige bacteriële infecties blijven mogelijk. Omdat er geen medicijnen bestaan die het chikungunya-virus doden, bestaat de behandeling vooral uit goede ondersteuning: pijnstilling, vocht, en nauwlettende observatie. Bij ernstige klachten kunnen extra onderzoeken nodig zijn om te kijken of de hersenen zijn aangetast.
Volgens de medische deskundigen is klinisch inzicht doorslaggevend. Tekenen zoals hoe snel de huid weer roze wordt na indrukken, het bewustzijn van het kind en hoe het reageert op prikkels, helpen artsen bij het bepalen van de juiste behandeling. Afhankelijk van de situatie kan extra vocht, medicatie ter ondersteuning van het hart of middelen om de bloeddruk op peil te houden nodig zijn. “Niet elk kind doorloopt hetzelfde ziekteverloop”, werd benadrukt.
De belangrijkste les uit recente uitbraken, onder meer in Paraguay, is duidelijk: chikungunya vraagt om zorg op maat. “Behandel het kind, niet het protocol”, luidde de oproep. Alleen zo kan worden voorkomen dat kinderen tijdens een uitbraak onnodig achteruitgaan.