MIDDEN-OOSTEN - De oorlog in het Midden-Oosten blijft de wereldwijde gasmarkt verstoren. Een krapper aanbod en hogere gasprijzen zorgen ervoor dat er minder vraag is, vooral vanuit de industrie en de elektriciteitssector.

Dat meldt het Internationaal Energieagentschap (IEA) in een rapport over de gasmarkt. Voor het uitbreken van de oorlog ging wereldwijd ongeveer 20 procent van het vloeibaar gemaakte aardgas (lng) door de Straat van Hormuz. Sinds het akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran en de heropening van de zeestraat neemt het aantal lng-tankers dat de route gebruikt weer toe. Toch ligt het verkeer nog altijd ruim onder het niveau van voor het conflict. De aardgasprijzen in Azië en Europa zijn inmiddels gedaald ten opzichte van de piek in maart, maar liggen nog steeds duidelijk boven het niveau van 2025. Volgens het IEA daalde de wereldwijde vraag naar aardgas in de eerste helft van 2026 ten opzichte van een jaar eerder.
Met name in het Midden-Oosten nam de vraag af, door een krapper aanbod en schade aan industrieën die veel gas gebruiken. Ook in Azië daalde de vraag naar gas, door de hogere prijzen en overheidsmaatregelen om het verbruik te beperken. Regeringen namen bijzondere maatregelen, zoals de vierdaagse werkweek in Sri Lanka om minder brandstof te verbruiken. Ook kwam er een QR-code bij het tanken, om te controleren of mensen niet te vaak en te veel tanken.
Volgens het IEA daalde de lng-productie in Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten tussen maart en juni met bijna 80 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Toch blijft de wereldwijde lng-aanvoer over heel 2026 naar verwachting vrijwel gelijk aan die van 2025. Dat komt door extra productie in Noord-Amerika, Afrika en Australië. Maar als de Straat van Hormuz niet voor het begin van het vierde kwartaal volledig heropent, kan de wereldwijde lng-aanvoer dit jaar voor het eerst sinds 2012 krimpen. (Nu)