PARAMARIBO – Suriname verwacht in 2028 een economische groei van 21,5 procent, waarmee het land zijn buurland Guyana naar verwachting voorbijstreeft.

De sterke groei moet vooral komen van de start van de offshore olieproductie. Daarmee krijgt Suriname uitzicht op een economische versnelling die Guyana al enkele jaren doormaakt, maar de uitdaging blijft om de toekomstige olie-inkomsten om te zetten in duurzame welvaart.
De Wereldbank voorspelt in haar jongste economische vooruitzichten voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied dat de Surinaamse economie in 2028 een recordgroei zal realiseren. Voor Guyana wordt in dat jaar een groei van 15 procent verwacht. De vooruitzichten hangen voor Suriname nauw samen met de ontwikkeling van de offshore oliesector, die de economische verhoudingen tussen beide buurlanden kan veranderen.
Een belangrijk project voor de kust van Suriname moet uiteindelijk een productie van 220.000 vaten olie per dag mogelijk maken. De start van deze productie wordt gezien als een belangrijke impuls voor de economische activiteit en kan het land nieuwe inkomsten opleveren. De verwachte groei van 21,5 procent in 2028 zou een belangrijke mijlpaal zijn voor Suriname. Een hoog groeipercentage betekent echter niet automatisch dat de koopkracht van huishoudens verbetert, de werkgelegenheid toeneemt of publieke voorzieningen beter worden.
Terwijl Suriname nog wacht op de start van de offshore olieproductie, heeft Guyana de afgelopen jaren al een uitzonderlijke economische groei doorgemaakt. De snelle uitbreiding van de olie-industrie heeft de overheidsinkomsten verhoogd, de externe economische positie versterkt en de overheidsschuld in verhouding tot het bruto binnenlands product (bbp) teruggedrongen. Uit de regionale analyse van de Wereldbank blijkt dat de economische ontwikkeling van grondstoffenexporteurs sterk uiteen kan lopen. De aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen biedt mogelijkheden, maar leidt niet automatisch tot sterke economische prestaties.
Suriname en Trinidad en Tobago kregen tijdens de coronapandemie te maken met een aanzienlijke terugval van de economische activiteit. Suriname wist die daling ondanks relatief gunstige goudprijzen niet te voorkomen. Het herstel kwam op gang toen de directe gevolgen van de pandemie afnamen en de internationale grondstoffenprijzen aantrokken. Toch bleef de economische ontwikkeling achter bij die van Guyana, waar de olieproductie een veel krachtiger impuls aan de economie gaf. Ook Trinidad en Tobago herstelt zich na de crisis, maar het land kent niet dezelfde uitzonderlijke groeicijfers als zijn Guyanese buurland. De Wereldbank stelt in haar analyse het belang van zorgvuldig beheer van overheidsinvesteringen en voldoende uitvoeringscapaciteit bij overheidsinstellingen.