PARAMARIBO – De sterke toename van aanvragen voor het PSA-document (Persoon van Surinaamse Afkomst)...

toont aan hoe groot de behoefte binnen de Surinaamse diaspora al jaren was. Volgens Luciano Truideman, directeur Algemene Administratie en Consulaire Zaken bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS), is die groei vooral het gevolg van twee ingrepen: een forse tariefverlaging en de volledige digitalisering van het aanvraagproces. Tegelijkertijd legt het succes pijnlijk bloot hoe ontoegankelijk, traag en kostbaar het systeem daarvoor was.
Het PSA-document bestaat al sinds 2014 en werd destijds via een initiatiefwet in De Nationale Assemblée ingevoerd. Het document regelt de rechtspositie van mensen van Surinaamse afkomst die een andere nationaliteit hebben aangenomen, maar zich nog steeds verbonden voelen met Suriname. Het biedt verstrekkende rechten: visumvrij reizen naar Suriname, het recht om hier te werken, een bankrekening te openen en langer dan drie maanden – tot maximaal een jaar – te verblijven. Ook consulaire bescherming behoort tot de wettelijke voorzieningen.
Toch bleef het aantal aanvragen jarenlang achter bij de verwachtingen. Niet omdat de behoefte ontbrak, maar omdat het systeem nauwelijks functioneerde. Hoge tarieven, fysieke kaarten met hoge productiekosten en een log, papieren aanvraagproces zorgden voor wachttijden die konden oplopen tot een jaar. “Het was alsof je vandaag een identiteitskaart of rijbewijs aanvroeg en het pas een jaar later kreeg”, erkent Truideman. Klachten hierover waren structureel, maar wezenlijke hervormingen bleven lange tijd uit.
Die kwamen pas in 2024, toen de tarieven werden herzien en besloten werd het hele systeem te digitaliseren. In juni werd het vernieuwde PSA-systeem gelanceerd, waarna op 1 juli de eerste digitale PSA-kaart werd uitgegeven. Ter gelegenheid van 50 jaar Surinaamse onafhankelijkheid besloot het topmanagement bovendien tot een tijdelijke kortingscampagne, met als expliciet doel de diaspora actiever te betrekken bij de ontwikkeling van Suriname.
Het effect was onmiddellijk en overweldigend. In de eerste maand werden ruim 3.600 aanvragen ingediend – een aantal dat normaal gesproken over een heel jaar werd gehaald. In drie maanden tijd liep het totaal op tot meer dan 10.000 aanvragen. December kende een lichte terugval, maar in januari, toen duidelijk werd dat de actie zou aflopen, steeg het aantal opnieuw tot boven de 3.800. De cijfers laten weinig ruimte voor twijfel: de drempel was jarenlang te hoog en is nu plotseling drastisch verlaagd.
Volgens Truideman heeft het systeem de druk grotendeels goed doorstaan, al erkent hij dat er kinderziektes zijn. Die doen echter weinig af aan het bredere beeld: de digitalisering heeft niet alleen gezorgd voor snellere verwerking, maar ook voor kostenbesparing en meer transparantie. Aanvragen zijn volledig traceerbaar; aanvragers kunnen zien welke ambtenaar hun dossier behandelt en in welke fase het zich bevindt. Ook aanvullende diensten, zoals het digitaal aanvragen van een Surinaamse geboorteakte via het Centraal Bureau voor Burgerzaken, zijn geïntegreerd, wat doorlooptijden aanzienlijk verkort.
Toch blijft kritiek op zijn plaats. Dat pas na tien jaar wordt ingespeeld op structurele klachten van de diaspora, roept vragen op over beleidsprioriteiten. Bovendien komen de meeste aanvragen nog steeds uit Nederland, terwijl grote Surinaamse gemeenschappen in landen als Frans-Guyana en de Verenigde Staten minder zichtbaar zijn. Volgens Truideman is daar gerichtere voorlichting nodig, wat impliceert dat het beleid ook communicatief tekort is geschoten.
Sinds 1 februari zijn de verlaagde tarieven permanent gemaakt: euro 120 voor volwassenen en euro 80 voor kinderen. Daarmee is een belangrijke stap gezet, maar het succes van het PSA-beleid zal niet alleen worden gemeten in aantallen aanvragen.