PARAMARIBO – De tweede jaarrede van president Jennifer Simons heeft bij verschillende fractieleiders ook vragen en zorgen opgeroepen over de uitvoering van het beleid, de staatsschuld,...

het begrotingstekort en de economische situatie. Na de jaarrede, die woensdag 30 september in de Congreshal werd uitgesproken, reageerden fractieleiders op de aangekondigde beleidsvoornemens en de ontwerpbegroting voor 2027. Fractieleider van de PL, Bronto Somohardjo, zegt aandachtig naar de jaarrede te hebben geluisterd. Voor hem was vooral belangrijk als de president antwoord heeft gegeven op de vragen die binnen de gemeenschap leven. “Voor mij was belangrijk of de president de vragen die onze gemeenschap heeft, beantwoord heeft in haar jaarrede. Vragen als: worden de boodschappen betaalbaarder, kansen voor onze kinderen, hoe zit het met vergemakkelijking van de diensten, met goud en olie, wat komt.”
Volgens Somohardjo heeft de president deze vragen beantwoord. Hij benadrukt echter dat vooral de uitvoerbaarheid van het beleid voor hem belangrijk is. “De president heeft zelf aangegeven dat ze iemand is van meer daden dan woorden. Ik zal haar niet beoordelen op wat zij vandaag heeft gezegd, maar op de uitvoerbaarheid. Dus de datum: wanneer ga je het uitvoeren, hoe ga je het uitvoeren. Dat is voor mij belangrijk.” Somohardjo noemt het positief dat de president heeft aangegeven geen grote beloftes te willen doen. “Het was mooi om te horen dat de president zegt geen grote beloftes. Ik denk dat het volk daar behoefte aan heeft, niet steeds grote beloftes. Steeds een luchtkasteel.” Volgens Somohardjo heeft de president concreet een aantal zaken opgenoemd. “En nu moeten wij toetsen of die regering die gaat uitvoeren.” Namens de ABOP reageert Edgar Sampie enigszins zorgwekkend op de jaarrede. Aan het einde van de jaarrede heeft de president volgens hem echter aangegeven dat alles eraan zal worden gedaan om het geplande beleid dat de president heeft geaccepteerd in een goede richting te leiden. “Dat geeft een beetje hoop.” “Maar waarom ik zeg een beetje zorgwekkend, is als ik hoor dat onze staatsschuld 100,4 procent staat boven ons bruto binnenlands product, waar wij moesten streven naar een norm van 60 procent.” Daarnaast wijst Sampie op het begrotingstekort van 4 procent.
“Dat betekent dat we hard moeten gaan werken om dit tekort te financieren, want internationaal kunnen we al heel weinig lenen als we al een staatsschuld hebben van 100,4 procent, dit betekent dat we meer moeten investeren in productie.” Volgens Ronnie Asabina, fractieleider van de BEP, zal het volk het komende jaar “zijn buikriem nog strakker moeten houden”, als wordt afgegaan op de situatie, het begrotingstekort en de fragiele economie. “Dus wat we moeten doen, is harder gaan werken, zeg maar, aan de zaken die voor land en volk gedaan moeten worden, zodat die gefinancierd kunnen worden.” Volgens Asabina is er nog steeds een grote maatschappelijke verwachting en een grote kloof tussen de realiteit en die verwachting. “Die gap moet as soon as possible worden verkleind. De regering moet alles eraan doen om die gap te verkleinen. Anders kan het vertrouwen een diepe deuk krijgen. En als het vertrouwen een diepe deuk krijgt, brengt dat maatschappelijke onrust met zich mee. En dat hebben we niet nodig.”