PARAMARIBO - De regering van Suriname heeft via het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS) formeel gereageerd...

op uitlatingen van de Guyanese president Irfaan Ali over de toepassing van maritieme heffingen op de Corantijnrivier. In een donderdagavond uitgegeven verklaring stelt Paramaribo dat de betreffende heffingen al jarenlang van kracht zijn en geen nieuwe beleidsmaatregel vormen.
Aanleiding voor de reactie zijn recente uitspraken van de Guyanese president, die via sociale media kritiek uitte op wat hij bestempelde als een onvriendelijke houding van Suriname bij het gebruik van de grensrivier. De kwestie draait om kosten die in rekening worden gebracht aan onder meer hout- en mijnbouwbedrijven die opereren op de Corantijn.
Volgens BIS worden de heffingen op consistente en niet-discriminerende wijze toegepast op alle vaartuigen. De regering stelt dat deze praktijk volledig in lijn is met nationale wetgeving en internationale normen op het gebied van veiligheid, navigatie en waterwegbeheer. Daarmee weerspreekt Suriname de suggestie van willekeur of ongelijkheid, zoals door Ali werd geuit.
BIS meldt verder dat op 12 januari 2026 via diplomatieke kanalen contact is gezocht met Guyana om de kwestie te bespreken. Tot op heden is echter geen formele reactie ontvangen van Georgetown.
In de verklaring wordt tevens teruggegrepen op een regeling uit 2012, waarbij Suriname een beperkte vrijstelling van maritieme heffingen heeft verleend voor vaartuigen die opereren ten behoeve van de Guyana Sugar Corporation (GuySuCo). Volgens de regering is deze vrijstelling niet als een generieke uitzondering voor alle vormen van riviertransport.
Paramaribo stelt dat indien Guyana uitbreiding van deze ontheffing wenst, dit via de gebruikelijke diplomatieke kanalen moet worden voorgelegd. Op basis daarvan kan worden beoordeeld of en in welke vorm aanpassing mogelijk is. De Surinaamse regering ging in haar verklaring niet in op de waarschuwing van Ali dat Guyana mogelijk reciprociteitsmaatregelen zal overwegen tegen Surinaamse bedrijven die actief zijn in het buurland. Wel onderstreept BIS het belang van dialoog en constructieve samenwerking binnen de bilaterale relatie.