IRAN - Iran heeft het zwaar te verduren op het slagveld, maar de oorlog om energie lijkt het land alsnog te winnen.

Uit berekeningen van het Britse blad ‘The Economist’ blijkt dat Teheran nu elke dag bijna twee keer zoveel verdient aan de verkoop van olie als vóór de start van de oorlog. Hoeveel vaten olie Iran vandaag exact exporteert, is moeilijk te achterhalen. Maar een bron met kennis van zaken lichtte een tipje van de sluier in ‘The Economist’ en stelde dat het land nu 2,4 tot 2,8 miljoen vaten olie en olieproducten per dag exporteert, waaronder 1,5 tot 1,8 miljoen vaten ruwe olie. Dat is evenveel - zo niet méér - dan het gemiddelde van vorig jaar. De olie wordt bovendien tegen veel hogere prijzen verkocht. Iran controleert daarnaast de Straat van Hormuz, waar sommige tankers een tol van enkele miljoenen dollar moeten betalen om te passeren. De bestemming van de Iraanse olie is negen op de tien keer China. Letterlijk, want Peking neemt zowat 90 procent van alle Iraanse olie af. Maar de kortingen die de Chinese raffinaderijen vóór de oorlog nog kregen (18 tot 24 dollar per vat ten opzichte van Brent), zijn nu sterk verminderd (tot 7 tot 12 dollar per vat), omdat de aanvoer van olie uit andere landen opgedroogd is.
Tel daarbij de transportkosten en de Iraanse olie die in China wordt geleverd, is nu duurder dan Brent, dat zelf ook al fors in prijs gestegen is. Daardoor is de termijnprijs van een Iraans vat voor levering over enkele maanden opgelopen tot 104 dollar, drie kwart hoger dan het niveau van vóór de oorlog. Het grootste deel van de opbrengsten gaat naar de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC). China speelt een actieve rol bij het mogelijk maken dat het geld blijft stromen. Irans oorlogskas ligt immers diep in Azië begraven. Bij Chinese schaduwbanken. (HLN)