IRAN - De oorlog in het Midden-Oosten kan de Nederlandse economie in het ergste geval behoorlijk schaden, blijkt uit nieuwe doorrekeningen van DNB.

Maar de toezichthouder verwacht dat zelfs dan de gevolgen voor huishoudens minder zijn dan tijdens de energiecrisis van 2022. De oorlog in het Midden-Oosten leidt tot een sterke stijging van de energieprijzen. Ook dinsdagochtend stegen de olieprijzen weer. Maar de prijsstijgingen zijn nog niet zo flink als in 2022, na de Russische inval in Oekraïne. De economische effecten voor Nederland zijn sterk afhankelijk van de duur van de oorlog, schrijft De Nederlandsche Bank (DNB) op basis van nieuwe doorrekeningen. Als de oorlog snel ten einde komt en de energieprijzen weer dalen, kunnen de effecten op de economische groei en de inflatie meevallen. Langdurig hoge energieprijzen zorgen voor meer economische schade. In het zwaarste scenario dat DNB onderzocht, valt de economische groei in 2026 en 2027 met 0,8 procent terug in vergelijking met de verwachtingen voorheen. De inflatie valt dit jaar dan 1,6 procent hoger uit en volgend jaar 2,8 procent hoger. Huishoudens gaan in het zwaarste scenario minder uitgeven. Volgens de verwachtingen van DNB groeien de lonen in 2027 weliswaar, maar minder dan de inflatie. De werkloosheid zal oplopen en het vertrouwen van consumenten daalt verder. Maandag meldde statistiekbureau CBS al dat het vertrouwen van consumenten in maart is verslechterd. Maar zelfs in het zwaarste scenario zal de impact van de hoge energieprijzen op de inkomens lager zijn dan tijdens de energiecrisis van 2022. "Lagere inkomens worden sterker geraakt door de hogere energieprijzen, omdat zij een groter deel van hun inkomen uitgeven aan vaste lasten zoals energie", schrijft de toezichthouder. "De effecten van hogere brandstofprijzen zijn gelijker verdeeld over inkomensgroepen." (NU)