PARAMARIBO – De uitbreiding van opsporingsbevoegdheden moet gepaard gaan met strengere controle op de functionarissen die deze bevoegdheden uitoefenen.

VHP-parlementariër Mahinder Jogi vindt dat de opleiding, het functioneren en het gedrag van onder anderen politieagenten, douanebeambten en militairen structureel moeten worden gevolgd om misstanden te voorkomen. “Ik denk dat we met z'n allen weten dat er in dit land, wat betreft het imago van de politie, er daarover veel te zeggen is”, zegt hij. Tijdens de behandeling van de ontwerpwet Wijziging Wetboek van Strafvordering in De Nationale Assemblée (DNA) wees hij erop dat het vertrouwen in de handhavingsdiensten niet los kan worden gezien van de manier waarop hun medewerkers hun bevoegdheden gebruiken. Volgens hem zijn er voldoende voorvallen bekend, waarbij het optreden van bepaalde functionarissen vragen oproept. Jogi wil daarom dat niet alleen wordt geïnvesteerd in de opleiding van handhavers, maar dat ook hun ontwikkeling en prestaties gedurende hun loopbaan worden gevolgd. Daarbij moet worden gekeken naar hun functioneren in de praktijk, eventuele misstappen en de manier waarop zij omgaan met hun verantwoordelijkheden. Hij pleit voor een degelijk volg- en vervolgtraject bij de politie, de douane, het Korps Penitentiaire Ambtenaren (KPA) en de militaire politie. Ook vindt hij dat moet worden nagegaan hoe de persoonlijke vermogensontwikkeling van functionarissen zich verhoudt tot hun inkomsten. “Kijken naar wat zij persoonlijk vergaren voor zichzelf en voor hun familie en voor hun gezin en hoe dat komt. We moeten naar een korps waarop wij blindelings moeten kunnen rekenen”, meent de oppositieparlementariër.
De uitbreiding van bevoegdheden moet volgens hem daarom samengaan met maatregelen die waarborgen dat functionarissen hun taken rechtmatig uitvoeren.