PARAMARIBO- Rechtsbescherming moet voorkomen dat belastingplichtigen worden geconfronteerd met buitensporige kosten en onduidelijke afwijzingen. Belastingplichtigen moeten kunnen controleren hoe invorderingskosten worden berekend en bij welke instantie zij...

terechtkunnen als zij het niet eens zijn met een beslissing van de Belastingdienst. Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning zegt dat een belangrijk aspect daarbij de voorgestelde berekening van invorderingskosten is. De regeling voorziet in een vergoeding van 1 procent van het in te vorderen bedrag, met een minimum van SRD 500, maar zonder een wettelijk vastgesteld maximum. Hierdoor kunnen de kosten bij grote belastingschulden fors oplopen. Bij kleinere schulden kan het minimumbedrag juist een relatief zware financiële last vormen. Wijnerman vindt het daarom van belang dat wordt gekeken naar mogelijkheden om hoge kosten te begrenzen en te voorkomen dat verschillende kostenposten zich onnodig opstapelen. Ook moet de Belastingdienst duidelijk specificeren welke bedragen in rekening worden gebracht. Belastingplichtigen moeten kunnen nagaan hoe het totaalbedrag is opgebouwd en waarvoor zij precies moeten betalen.
Naast de kostenstructuur wil de regering de wettelijke bepalingen over betalingsuitstel aanpassen. Artikel 26 van de Invorderingswet moet worden afgestemd op de Algemene Wet Belastingen. Daarmee wordt een wettelijke basis gecreëerd voor regels die de minister kan vaststellen over het verlenen van uitstel van betaling. Ook de mogelijkheden voor kwijtschelding moeten duidelijker en toegankelijker worden geregeld. Daarmee wil de regering meer helderheid bieden over de voorwaarden waaronder belastingplichtigen voor deze voorzieningen in aanmerking kunnen komen. De aanpassingen moeten samengaan met een effectief invorderingsbeleid. De voorgestelde wet geeft de Belastingdienst namelijk ruime mogelijkheden om openstaande belastingschulden af te dwingen, ook wanneer betaling uitblijft. Wanneer een belastingplichtige niet tijdig betaalt, kan de ontvanger na een aanmaning en een aanvullende betalingstermijn van veertien dagen een dwangbevel uitvaardigen. Vervolgens kan beslag worden gelegd op goederen, die uiteindelijk executoriaal kunnen worden verkocht om de belastingschuld te innen.