PARAMARIBO – Het onderwijscongres 2026, dat is gehouden in de Royal Ballroom van Hotel Torarica, heeft niet alleen de toekomst van het Surinaamse onderwijs op de agenda gezet,...

maar vooral de diepte van de huidige crisis blootgelegd. Wat begon als een bijeenkomst over “Investing Today, Transforming Tomorrow”, groeide uit tot een indringende confrontatie met een systeem dat volgens velen niet langer aansluit op de economische en maatschappelijke realiteit.
President Jennifer Simons liet in haar openingstoespraak weinig aan duidelijkheid te wensen over: het Surinaamse onderwijs kampt met structurele tekortkomingen die de ontwikkeling van het land rechtstreeks afremmen. Haar centrale boodschap was scherp: zonder een fundamentele koppeling tussen onderwijs en productie dreigt Suriname economisch kwetsbaar te blijven.
De nadruk op productiegericht onderwijs markeert een duidelijke koerswijziging. Jarenlang lag de focus in het onderwijs voornamelijk op theoretische kennis, terwijl de aansluiting met de arbeidsmarkt steeds verder verzwakte. Volgens de president moet dat model plaatsmaken voor een systeem waarin vaardigheden centraal staan en studenten worden voorbereid op concrete bijdragen aan sectoren die de economie dragen.
Die boodschap raakt een gevoelige snaar. In de praktijk kampt Suriname al geruime tijd met een mismatch tussen opleiding en werkgelegenheid. Jongeren verlaten het onderwijs zonder de vaardigheden die nodig zijn in productieve sectoren, terwijl bedrijven tegelijkertijd moeite hebben om gekwalificeerd personeel te vinden. Het gevolg is een vicieuze cirkel van werkloosheid, lage productiviteit en economische afhankelijkheid.
Simons maakte duidelijk dat deze situatie niet langer houdbaar is. Nationale productie, stelde zij, is geen abstract beleidsdoel, maar een noodzakelijke voorwaarde voor overleving. Zonder voldoende binnenlandse productie blijft Suriname afhankelijk van import en externe financiering, met alle gevolgen van dien voor de monetaire stabiliteit.
Tegelijkertijd erkende het staatshoofd dat de problemen dieper gaan dan alleen de inhoud van het onderwijs. Het systeem zelf vertoont scheuren: uitval van leerlingen, achterstanden in het curriculum en een groeiende groep jongeren die volledig buiten het onderwijs valt. Juist deze groep vormt volgens haar een tikkende tijdbom voor de samenleving als er geen snelle interventies komen.
Het congres fungeert daarom nadrukkelijk als startpunt van een breder hervormingstraject. Waar deze eerste fase gericht is op het verzamelen van inzichten van deskundigen en stakeholders, moet later dit jaar tijdens een nationaal vervolgcongres de vertaalslag worden gemaakt naar concreet beleid. De inzet is hoog: een onderwijsvisie die niet alleen ambitieus is, maar ook uitvoerbaar en consistent wordt doorgevoerd.
De lijst van beoogde resultaten is omvangrijk. Er moet een directe aanpak komen voor acute problemen binnen het systeem, een breed gedragen langetermijnvisie worden ontwikkeld en er ligt een duidelijke opdracht om de rol van de leerkracht opnieuw te definiëren. Daarnaast wordt gewerkt aan een onderwijswet en een duurzaam financieringsmodel – twee elementen die in het verleden vaker zijn blijven steken in plannen zonder uitvoering.
Opvallend is de nadruk die Simons legde op de positie van leerkrachten. In haar visie kan geen enkel onderwijssysteem functioneren zonder goed opgeleide en gemotiveerde docenten. Toch is juist deze beroepsgroep in Suriname al jaren onderwerp van zorg, met klachten over werkdruk, beloning en beperkte doorgroeimogelijkheden. De oproep om leerkrachten op hetzelfde niveau te waarderen als andere hoogopgeleide professionals kan dan ook worden gezien als een impliciete erkenning van jarenlang achterstallig beleid.
Het uiteindelijke doel – kwalitatief goed onderwijs op elke openbare school – klinkt ambitieus, maar legt tegelijkertijd de vinger op de zere plek. De groeiende afhankelijkheid van particuliere scholen wijst op een afnemend vertrouwen in het publieke systeem. Zonder herstel van dat vertrouwen dreigt de ongelijkheid verder toe te nemen.