PARAMARIBO – Aan de drie handelsbanken, de Finabank, Hakrin Bank NV en De Surinaamsche Bank is ruim zes maanden geleden het bod gedaan om een schikking te treffen voor...

de teruggave van de 19,5 miljoen euro die 2018 in Nederland in beslag werd genomen. Dit bod werd gedaan voordat de Hoge Raad in Nederland vorig maand besliste dat de beslaglegging op de miljoenen euro’s gehandhaafd blijft. Eblein Frangie, directeur van de Finabank zegt dat niet direct werd besloten om op het bod in te gaan.
Volgens Frangie had dit onder andere te maken met het opstellen van de juiste overeenkomst en de inhoud van het persbericht dat het Openbaar Ministerie (OM) over de schikking zou uitbrengen. Het Openbaar Ministerie in Nederland had wel als voorwaarde gesteld dat de afspraken voor alle drie banken moeten gelden. Nu maanden verder na het bod werd gedaan is nu definitief een einde gekomen aan de 19,5 miljoen euro zaak die al bijkans acht jaar loopt.
De Finabankdirecteur zegt dat zijn bankinstelling heeft besloten de schikking te accepteren en een boete van 124.500 euro te betalen aan het Nederlandse OM. Volgens hem is deze boete inmiddels voldaan en de verwachting is dat de Finabank na een maand haar geld terugkrijgt. Van het totaalbedrag van 19,5 miljoen euro behoort 4,5 miljoen euro toe aan de Finabank.
Volgens directeur Eblein Frangie heeft de zaak de bank aanzienlijke reputatieschade toegebracht. Hij wijst erop dat Suriname, mede door recente olievondsten, internationaal in de belangstelling staat en steeds meer buitenlandse banken interesse tonen om zaken te doen met het land. “Maar zodra zij hoorden van deze zaak, werden ze voorzichtiger,” aldus Frangie. De kwestie heeft er volgens hem toe geleid dat processen langer duurden, met name internationale due diligence trajecten. Sommige banken met een lage risicobereidheid stelden zich terughoudend op en wachten eerst de afhandeling van de zaak af voordat zij verdere stappen willen ondernemen. “We blijven wel in gesprek, maar volledige samenwerking komt pas op gang nadat alles is afgerond,” legt hij uit. Frangie benadrukt dat de reputatieschade een belangrijke overweging was om akkoord te gaan met de schikking. “Wij hebben altijd gezegd dat we willen dat deze zaak op een correcte manier wordt afgerond. Dat is nu onze focus.” Met het oog op de verwachte economische ontwikkelingen, waaronder grote investeringen in de oliesector, vindt hij het van belang dat de bankensector zich voorbereidt op de toekomst. “Nu dit achter ons ligt, moeten we ervoor zorgen dat we als banken klaar zijn om de noodzakelijke impuls aan de economie te geven,” aldus de directeur.