DUITSLAND - Archeologen hebben snijsporen ontdekt op het skelet van een bosolifant, dat eind jaren veertig in Duitsland werd gevonden.

Deze sneden tonen aan dat neanderthalers op zulke grote bosolifanten jaagden. Amateurarcheologen ontdekten het skelet al in 1948 in het dorpje Lehringen, in het noorden van Duitsland. Destijds werd tussen de ribben al een speer gevonden, afkomstig uit de tijd van de neanderthalers. Het leek dan ook aannemelijk dat neanderthalers op bosolifanten hebben gejaagd. Toch bestond er in de wetenschappelijke wereld scepsis over de vondst van het skelet, vertelt archeoloog Ivo Verheijen aan NU.nl. Critici vroegen zich af of de vondst daadwerkelijk zo is gedaan als werd beschreven. "Er ontbreekt een schakel in de bewijsvoering." Een team van archeologen onderzocht daarom opnieuw het skelet en de vindplaats. Het onderzoek stond onder leiding van Verheijen, die werkzaam is bij erfgoedorganisatie van de Duitse deelstaat Nedersaksen. De archeologen vonden in het skelet nieuw bewijs dat neanderthalers op bosolifanten jaagden. Het gaat om meerdere snijsporen op het skelet van de olifant, die zijn ontstaan tijdens het slachten van het dier. De onderzoekers konden aan de hand van de sporen zelfs achterhalen hoe het dier is opengesneden. "Ze hebben de olifant via de buikholte opengesneden en zijn tot het middenrif de borstkas ingegaan", zegt Verheijen. Uit de sporen blijkt ook dat de neanderthalers de olifant kort na de dood hebben geslacht. Dit vormt belangrijk bewijs dat ze structureel op bosolifanten jaagden. "Het laat zien dat ze als eerste bij de olifant waren nadat deze was gedood." (Nu)