Times of Suriname Logo
Times of Suriname Logo

Binnenland

Twintig Cubaanse vrouwen onder slachtoffers mensenhandel in Suriname

PARAMARIBO – Twintig Cubaanse vrouwen en één Surinaamse man zijn in de verslagperiode door de...

Times of Suriname

Surinaamse autoriteiten als slachtoffer van mensenhandel geïdentificeerd en doorverwezen naar hulpverlening. Achttien van de Cubaanse vrouwen waren slachtoffer van seksuele uitbuiting. Het lagere aantal geïdentificeerde slachtoffers en klachten over de opvang roepen vragen op over de bescherming van mensen die aan mensenhandel zijn ontsnapt. Dat staat in het Amerikaanse 2026 Trafficking in Persons Report. In totaal werden 21 slachtoffers geïdentificeerd, tegenover 25 in de voorgaande verslagperiode. Alle slachtoffers werden door de politie opgespoord, onder wie ten minste vijf naar aanleiding van meldingen van burgers. Twee Cubaanse vrouwen en de Surinaamse man werden slachtoffer van andere, niet nader gespecificeerde vormen van mensenhandel.

De regering bleef opvang, gezondheidszorg, begeleiding en juridische ondersteuning aanbieden. Ook werden tien slachtoffers uit eerdere jaren verder begeleid: twee Surinaamse meisjes en acht Cubaanse vrouwen. Daarnaast ontwikkelden de autoriteiten een nieuw protocol dat de kwaliteit en continuïteit van de zorg aan slachtoffers moet verbeteren.

Suriname beschikt over een kortdurende noodopvang in het gebouw van de gespecialiseerde politie en een afzonderlijke langdurige opvanglocatie. Toch zijn er problemen gemeld. Slachtoffers klaagden over overbezetting in de kortdurende opvang en beperkingen van hun bewegingsvrijheid. Volgens het rapport kunnen dergelijke omstandigheden de traumatische ervaringen van slachtoffers opnieuw versterken.

Voor buitenlandse slachtoffers gelden bovendien specifieke voorwaarden. Zij moeten in een opvanglocatie verblijven of een particulier aanwijzen als zogenoemde voogd. Die persoon moet voortdurend toezicht houden op hun verblijfplaats. Slachtoffers moeten zich daarnaast regelmatig bij de politie melden. Het rapport waarschuwt dat deze verplichtingen voor slachtoffers belastend en mogelijk hertraumatiserend kunnen zijn.

Ook de mogelijkheden om na mensenhandel een nieuw bestaan op te bouwen, zijn beperkt. De regering financiert de repatriëring van buitenlandse slachtoffers die naar hun thuisland willen terugkeren niet. Hoewel buitenlandse slachtoffers tijdelijk tegen uitzetting kunnen worden beschermd en sommige slachtoffers hulp kregen bij het vinden van werk, bestaan er geen formele beleidsregels die hun juridische alternatieven voor terugkeer naar een land waar zij represailles of andere moeilijkheden kunnen ondervinden, waarborgen.

Het rapport vermeldt evenmin of tijdens de verslagperiode nieuwe of eerder geïdentificeerde slachtoffers tijdelijke of langdurige verblijfsvergunningen kregen. Wel verleenden de autoriteiten ondersteuning aan slachtoffers die als getuigen aan strafzaken deelnamen. Een ander knelpunt is de financiële compensatie. Het Surinaamse recht biedt het Openbaar Ministerie niet de mogelijkheid om bij een strafrechtelijke veroordeling schadevergoeding voor slachtoffers te vorderen. Ook via civiele procedures werd volgens het rapport geen compensatie toegekend. De overheid verplicht slachtoffers niet om eerst formeel als mensenhandelslachtoffer te worden gecertificeerd voordat zij hulp kunnen ontvangen. Dat verlaagt een mogelijke drempel tot ondersteuning. Toch maakt het rapport duidelijk dat identificatie en opvang alleen niet voldoende zijn. Veilige huisvesting, bewegingsvrijheid, juridische bescherming en perspectief op herstel blijven essentieel om te voorkomen dat slachtoffers opnieuw in kwetsbare situaties terechtkomen.