PARAMARIBO – De agrarische sector bevindt zich volgens de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) in een diep dal, terwijl de regering de landbouw juist heeft aangewezen als een van de sectoren die...

Suriname naar verdere ontwikkeling moeten leiden. De organisatie plaatst grote vraagtekens bij de aanpak van de regering-Simons en waarschuwt dat concrete beleidsmaatregelen vooralsnog uitblijven. Volgens de VES is het opmerkelijk dat voor de agrarische sector een presidentiële commissie is ingesteld, terwijl het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) verantwoordelijk blijft voor het beleid. Een dergelijke constructie kan volgens de organisatie leiden tot verdere uitholling van ministeries en bestuurlijke passiviteit. Dertien maanden na het aantreden van de regering beschikt LVV volgens de VES nog altijd niet over een beleidsnota. Daardoor is voor landbouwers en andere stakeholders onvoldoende duidelijk welke richting het ministerie op wil. De organisatie noemt de situatie zorgwekkend, zeker nu de sector met verschillende acute problemen kampt. Een duidelijk voorbeeld is de aanpak van de cassaveziekte. Volgens de VES heeft de huidige aanpak onvoldoende resultaat opgeleverd. Tegelijkertijd dreigen extreme warmte en droogte de lokale voedselproductie verder onder druk te zetten. Een concreet plan om landbouwers door deze periode heen te helpen, ontbreekt volgens de economisten. Ook van de presidentiële commissie verwacht de VES tot dusver weinig. Terwijl boeren en andere betrokkenen wachten op oplossingen, zou de commissie volgens de organisatie vooral bezig zijn met overleg. Daarmee dreigt kostbare tijd verloren te gaan. De VES vraagt daarnaast om duidelijkheid over verschillende kwesties binnen LVV die eerder in het nieuws kwamen. Naar aanleiding van meldingen van klokkenluiders moet volgens de organisatie daadwerkelijk onderzoek worden verricht. Als betrokken personen onschuldig blijken, moeten zij volgens de VES worden gerehabiliteerd. Indien sprake is van corruptie, moeten verantwoordelijken worden vervolgd en bestraft. De organisatie plaatst ook vraagtekens bij de huidige gang van zaken rond dienstvoertuigen van LVV. Kort na het aantreden van de regering werden voertuigen teruggehaald omdat volgens de leiding sprake was geweest van bevoordeling van relaties. De VES wil weten waarom vergelijkbare vormen van ‘accommodatie’ volgens haar opnieuw zouden plaatsvinden De economisten pleiten daarom voor een speciale eenheid binnen het opsporingsapparaat die corruptiezaken bij ministeries en staatsbedrijven onderzoekt. Ook zouden gespecialiseerde rechters deze zaken sneller moeten behandelen. Verder roept de VES De Nationale Assemblée op om strengere wetgeving aan te nemen, waaronder een zogenoemde ‘pluk-ze’-regeling. Daarmee zouden bezittingen die met corruptieve handelingen zijn verkregen, kunnen worden ontnomen.
Volgens de VES moet corruptiebestrijding niet blijven steken in verklaringen. Er moet daadwerkelijk onderzoek komen, moeten schuldigen worden gestraft en moeten onrechtmatig verkregen middelen worden teruggevorderd. Een deel daarvan zou vervolgens kunnen worden ingezet om de opsporings- en vervolgingsinstanties te versterken en medewerkers die corruptiezaken onderzoeken beter te belonen. Voor de VES staat daarmee niet alleen de toekomst van de landbouwsector op het spel, maar ook de geloofwaardigheid van het overheidsbeleid.