PARAMARIBO – De regering van Suriname grijpt in op de snel stijgende brandstofprijzen en heeft in overleg met de oliemaatschappijen in het land een zogenoemde ‘benzineprijs cap’ ingevoerd.

Vicepresident Gregory Rusland zegt dat de overheid maximale prijzen vaststelt voor brandstoffen, om de koopkracht van de bevolking te beschermen tegen internationale schokken.
Volgens Rusland is de maatregel een direct gevolg van de recente geopolitieke spanningen en oorlogssituaties die wereldwijd de olieprijzen opdrijven. “Hoewel deze oorlog Suriname niet direct raakt, heeft die wel degelijk impact op onze economie”, zegt hij. “De beschikbaarheid van olie staat onder druk en dat vertaalt zich onmiddellijk in hogere prijzen voor benzine en diesel”.
Suriname is voor een groot deel afhankelijk van geïmporteerde olie. Daardoor werken internationale prijsstijgingen vrijwel direct door in de lokale brandstofprijzen. Normaal gesproken worden deze prijzen bepaald via een marktmechanisme, waarbij oliemaatschappijen op basis van hun inkoopkosten de pompprijzen vaststellen. De regering heeft er traditioneel voor gekozen om zo min mogelijk in dat proces in te grijpen.
Die lijn wordt nu tijdelijk losgelaten. “We willen marktwerking respecteren, maar de huidige stijgingen zijn uitzonderlijk en niet meer draaglijk voor de samenleving”, aldus Rusland. De vicepresident benadrukte dat de regering al langer bezig is met maatregelen om de koopkracht van burgers te ondersteunen, maar dat deze inspanningen dreigen te verdampen door de oplopende brandstofprijzen.
Binnen de regering is de afgelopen dagen intensief overleg gevoerd. President Jennifer Simons, de vicepresident en ministers van Financiën, Economische Zaken en Natuurlijke Hulpbronnen hebben samen met een speciaal crisisteam verschillende scenario’s doorgerekend. Daarbij werd duidelijk dat, zonder ingrijpen, de brandstofprijs binnen enkele dagen zou kunnen oplopen tot boven de SRD 60 per liter. “Dat is een niveau dat desastreus zou zijn voor huishoudens en bedrijven”, zegt Rusland. “Niet alleen transportkosten stijgen dan, maar ook prijzen van basisgoederen, elektriciteit en andere diensten”.
De regering heeft daarom besloten om een prijsplafond in te stellen. Voor unleaded benzine wordt de prijs gemaximeerd rond de SRD 48 per liter, terwijl diesel een plafond krijgt van ongeveer SRD 53 per liter. Voor duurdere brandstoffen, zoals super unleaded, blijft de prijs vrij. De invoering van de benzinecap betekent dat de overheid bewust inkomsten misloopt. Het verschil tussen de marktprijs en het vastgestelde plafond wordt opgevangen door een verlaging van de zogenoemde “government take” – het deel van de brandstofprijs dat naar de staatskas gaat. “De staat levert dus in, zodat de samenleving enigszins ontzien wordt”, legt Rusland uit. Volgens de vicepresident is de maatregel nadrukkelijk tijdelijk en bedoeld om de ergste schokken op te vangen. “Dit geeft ons de komende weken wat ademruimte. Tegelijkertijd blijven we de situatie dagelijks monitoren en evalueren”.
Rusland erkende dat de maatregel niet alle problemen oplost. Een deel van de prijsstijgingen zal onvermijdelijk doorwerken in de economie. Toch acht de regering het noodzakelijk om in te grijpen. “Als we niets doen, wordt de druk op het volk ondraaglijk. Dit is een bewuste keuze om stabiliteit te brengen”. De gesprekken met vakbonden en andere maatschappelijke groepen over bredere koopkrachtmaatregelen lopen ondertussen door. De vicepresident benadrukte dat de benzineprijs cap geen vervanging is van die onderhandelingen, maar een snelle interventie om acute problemen te verzachten.