INIVERSUM - Na een reis van vier dagen vliegen de astronauten van Artemis II vanavond langs de achterkant van de maan. Daarbij vestigen ze ook een record: nog nooit zijn astronauten zo ver de ruimte in geweest.

Volgens NASA is dit een unieke kans om wetenschappelijke kennis op te doen over de maan en over gevaarlijke ruimtestraling. Voor het eerst in ruim vijftig jaar zien menselijke ogen weer de achterkant van de maan. De astronauten zijn geologisch getraind om patronen op de maan te herkennen, informatie door te geven en beelden te maken van het maanoppervlak. Volgens NASA is dat voor de wetenschap belangrijk, maar onderzoekers twijfelen daarover.
Planeetwetenschapper Wim van Westrenen van de Vrije Universiteit Amsterdam onderzoekt hoe de maan is ontstaan. Hoewel hij enthousiast is over de missie, denkt hij niet dat het voor wetenschappelijke doorbraken gaat zorgen. "We weten al meer van de achterkant dan we nu gaan zien", zegt Van Westrenen. "In 2024 is China al geland op de achterkant van de maan en is maanmateriaal verzameld en teruggestuurd naar de aarde. Daar hebben we veel meer aan." Ook radioastronoom Marc Klein Wolt van de Radboud Universiteit Nijmegen zegt dat de Artemis II geen nieuwe kennis gaat opleveren. Toch is deze missie essentieel voor zijn onderzoek. "Wij willen een maanlander met antennes op de maan zetten, daarvoor hebben we deze NASA-missies nodig."
Het is voor hem dan ook erg spannend of alles goed verloopt. "Als de Artemis II geen succes is, lopen alle toekomstige missies vertraging op en duurt het dus ook langer voordat wij ons instrument op de maan kunnen zetten." Uiteindelijk willen de Amerikanen landen op de zuidpool van de maan. En die zuidpool trekt wel de wetenschappelijke aandacht. "Daar weten we niks van, dus het is heel belangrijk om materiaal vandaar te kunnen onderzoeken", zegt Van Westrenen. (NOS)