PARAMARIBO – De structurele oplossing voor de problemen in de Surinaamse energiesector ligt volgens minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen niet in tijdelijke noodmaatregelen,...

maar in forse investeringen in nieuwe productiecapaciteit. De minister erkent dat de overheid jarenlang onvoldoende heeft geïnvesteerd in het uitbreiden van de elektriciteitsproductie en stelt dat daar nu verandering in moet komen. Abiamofo reageerde fel op politieke kritiek over de huidige problemen. Hij bood tegelijkertijd zijn excuses aan voor de manier waarop hij eerder in het parlement op een vraag over de energiesituatie had gereageerd. Volgens hem mag de kwestie echter niet worden gebruikt voor politieke profilering. “Capaciteitsopbouwen, energiecapaciteitsopbouwen gaan we niet met de mond kunnen realiseren”, zegt hij. Volgens de minister is in het verleden onvoldoende bereidheid geweest om daadwerkelijk geld vrij te maken voor de uitbreiding van de productiecapaciteit, ondanks waarschuwingen van zowel de N.V. Energiebedrijven Suriname (EBS) als het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen. Het gevolg daarvan was volgens Abiamofo dat uiteindelijk moest worden teruggevallen op het huren van noodaggregaten. Die oplossing is volgens hem zowel duur als tijdelijk. Een belangrijk probleem daarbij is de brandstof waarop de installaties draaien. De grote thermische generatoren van Suriname gebruiken heavy fuel oil (HFO), terwijl de kleinere noodaggregaten voornamelijk op diesel draaien. Diesel is aanzienlijk duurder, waardoor tijdelijke noodopwekking de kosten van de elektriciteitsvoorziening verder onder druk zet. Voor Abiamofo is dat geen duurzame route. Hij wil dat wordt geïnvesteerd in grotere, structurele productie-eenheden. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar conventionele thermische capaciteit, maar ook naar batterijopslag en andere vormen van energieopwekking.
De minister benadrukt dat nieuwe capaciteit niet onmiddellijk beschikbaar kan zijn. Vanaf het moment dat een besluit wordt genomen en betaald voor grote generatoren, kan het volgens hem minimaal twee jaar duren voordat die daadwerkelijk operationeel kunnen worden gemaakt. Daarna moeten onder meer grondverzet en andere voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd. Daarmee is volgens Abiamofo duidelijk dat de huidige tekorten mede het gevolg zijn van beslissingen die al jaren eerder hadden moeten worden genomen.
De huidige regering wil volgens de minister voorkomen dat opnieuw wordt uitgesteld. President Jennifer Simons zou volgens hem persoonlijk betrokken zijn bij het dossier en duidelijke instructies hebben gegeven om de noodzakelijke investeringen te realiseren. Daarbij zijn meerdere partijen betrokken. Abiamofo noemt onder meer EBS, Staatsolie, SPCS, EAS en NHA. Recent overleg tussen deze organisaties en deskundigen van de president moet de weg vrijmaken voor concrete investeringsbeslissingen. De minister noemt naast thermische productie ook batterijopslag en andere energiebronnen als onderdelen van de toekomstige energievoorziening. Daarmee moet de afhankelijkheid van één type productie worden verminderd en moet de energiesector beter bestand worden tegen toekomstige schokken. Op de vraag wanneer de samenleving concrete resultaten kan verwachten, weigert Abiamofo een harde termijn te geven. Een garantie op een exacte opleveringsdatum vindt hij op dit moment niet verantwoord. Wel zegt hij vertrouwen te hebben in de politieke bereidheid om daadwerkelijk te investeren. Volgens hem is er binnen de regering en bij de betrokken energiebedrijven een duidelijke betrokkenheid ontstaan die in het verleden ontbrak.