PARAMARIBO – Achter de feestelijke beëdiging van vijf nieuwe advocaten op 15 april schuilt een minder zichtbare realiteit: de Surinaamse advocatuur kampt met groeiende financiële...

en structurele uitdagingen. Deken Elleson Fraenk van de Surinaamse Orde van Advocaten trok daarover nadrukkelijk aan de bel en riep banken en verzekeraars op om de sector serieuzer te ondersteunen.
Volgens Fraenk bevindt de advocatuur zich in een snel veranderende omgeving. Nieuwe wetgeving, internationale invloeden en complexere rechtsvragen dwingen advocaten om voortdurend te investeren in kennis en ontwikkeling. Maar die noodzakelijke bijscholing brengt kosten met zich mee die niet voor iedereen eenvoudig te dragen zijn.
“Wij zijn afhankelijk van fondsen en banken die kredieten en faciliteiten aanbieden, die passen bij die noodzaak”, gaf de deken aan. In de praktijk blijkt die toegang tot financiering echter beperkt, terwijl de behoefte juist groeit. Daarmee ontstaat een spanningsveld dat de toegankelijkheid en duurzaamheid van het beroep onder druk zet.
De kwestie is inmiddels onderwerp van gesprek tussen de Orde en de Nederlandse Orde van Advocaten. Daarbij wordt gekeken naar mogelijkheden om financieringsstructuren voor advocatenkantoren te verbeteren. Fraenk adviseerde startende advocaten om actief te onderzoeken welke opties er bestaan, maar benadrukte tegelijkertijd dat de sector niet zonder bredere steun kan.
Haar oproep aan banken en verzekeraars was dan ook duidelijk: verdiep u in de aard van de advocatuur en denk mee over oplossingen. Zonder passende financiële instrumenten dreigt volgens hem een situatie waarin alleen een selecte groep zich het beroep nog kan permitteren.
Naast financiële druk wees de deken ook op de toenemende complexiteit van de praktijk. Samenwerkingen, zowel nationaal als internationaal, nemen toe, maar brengen ook risico’s met zich mee. Advocaten moeten volgens hem waakzaam zijn bij het aangaan van dergelijke relaties, vooral waar het gaat om onafhankelijkheid, geheimhoudingsplicht en financiële afspraken.
De groeiende internationalisering van de economie vergroot bovendien de kring waarin advocaten vertrouwen moeten winnen. Buitenlandse investeerders en partijen stellen nieuwe eisen aan transparantie en professionaliteit. Dat maakt het werk niet alleen uitdagender, maar legt ook een grotere verantwoordelijkheid bij de beroepsgroep.
Tegelijkertijd blijft de rol van begeleiding cruciaal. Hoewel het patronaat formeel eindigt bij de beëdiging, benadrukte Fraenk dat de steun van ervaren advocaten vaak doorloopt in de praktijk. Die informele begeleiding is volgens haar essentieel voor de kwaliteit en continuïteit van de sector.
De boodschap is helder: de toekomst van de Surinaamse advocatuur hangt niet alleen af van juridische kennis, maar ook van de randvoorwaarden waarbinnen advocaten opereren. Zonder structurele oplossingen voor financiering en ondersteuning dreigt het beroep onder druk te komen staan, juist op het moment dat de samenleving meer dan ooit behoefte heeft aan sterke en onafhankelijke rechtsbijstand.