VERENIGDE ARABISCHE EMIRATEN - Rusland, Kazachstan en Irak hebben alle drie aangegeven niet het voorbeeld van de Verenigde Arabische Emiraten te volgen.

Dat land kondigde dinsdag zijn vertrek uit OPEC en OPEC+ aan, twee landenclubs die onderling afspraken maken over de productie en verkoop van olie. Het besluit van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) om OPEC te verlaten, betekent hopelijk niet het einde van OPEC+, zei een woordvoerder van het Kremlin woensdag. Rusland blijft zelf wel bij de oliegroep betrokken. De VAE is nog tot 1 mei lid van OPEC, waar straks nog elf landen in zitten. Ook vertrekt de Golfstaat uit OPEC+, een later opgericht gezelschap waar naast de OPEC-lidstaten nog eens elf landen in zitten, waaronder Rusland, Irak en Kazachstan. Die drie landen hebben laten weten dat ze willen blijven. De Kazachse minister van Energie liet woensdag weten dat hij een vertrek niet overweegt. Iraakse functionarissen hebben benadrukt dat er juist een sterke groep nodig is om stabiele olieprijzen te behouden. Binnen OPEC is de VAE de vierde grootste olieproducent, staat in de jaarcijfers van de organisatie. Samen met Saoedi-Arabië heeft het land nog extra olie achter de hand, mocht de markt erom vragen. Dat maakt de VAE een belangrijke partner in het landengezelschap.
De Amerikaanse inval in Iran en de daaropvolgende oorlog in het Midden-Oosten hebben de oliemarkt op haar kop gezet. Er kan nauwelijks door de Straat van Hormuz worden gevaren, waardoor er minder olie beschikbaar is. Dat drijft de prijzen op. OPEC en OPEC+ praten maandelijks met elkaar over de marktprijzen en de olieproductie. Ze proberen vraag en aanbod optimaal op elkaar af te stemmen, zodat ze een constante inkomstenstroom hebben door de verkoop van de fossiele brandstof. Dat is de Amerikaanse president Donald Trump een doorn in het oog. Hij wil dat hun olieprijzen omlaaggaan. Als meerdere olieproducerende landen het voorbeeld van de VAE zouden volgen, kunnen de prijzen van de ruwe grondstof sneller veranderen. (Nu)