PARAMARIBO – Terwijl de Caribische regio internationaal steeds meer in beeld komt als energiehub,

dreigt een minder zichtbaar probleem de vooruitgang te ondermijnen: een tekort aan gekwalificeerd personeel en zwakke beleidsstructuren. Dat maakte Carla Barnett de secretaris-generaal van de CARICOM duidelijk tijdens haar keynote-toespraak bij de Caribbean Energy Week 2026.
Volgens de topfunctionaris is het ontwikkelen van menselijk kapitaal minstens zo belangrijk als investeringen in infrastructuur. Zonder goed opgeleide ingenieurs, geologen, economen en beleidsmakers zullen de voordelen van energieontwikkeling grotendeels weglekken naar buitenlandse partijen. “We moeten ervoor zorgen dat de kennis en opbrengsten in onze eigen economieën blijven”, benadrukte zij.
De waarschuwing komt op een moment dat de regio zich midden in een complexe energietransitie bevindt. Discussies tijdens de conferentie richtten zich op thema’s als decarbonisatie van energiesystemen, offshore wind, waterstof en zogenoemde ‘blue carbon’-markten. Hoewel deze ontwikkelingen kansen bieden, vereisen ze ook gespecialiseerde kennis en sterke instituties.
Barnett wees erop dat veel Caribische landen nog kampen met structurele zwaktes, zoals afhankelijkheid van geïmporteerde brandstoffen en beperkte toegang tot financiering. Daarnaast vormen klimaatverandering en kwetsbare infrastructuur blijvende risico’s. Zonder gericht beleid dreigt de regio achterop te raken, ondanks haar natuurlijke rijkdommen. Een ander knelpunt is het ontbreken van robuuste regelgeving en transparante instituten. Investeerders kijken volgens Barnett niet alleen naar grondstoffen, maar vooral naar stabiliteit en voorspelbaarheid. Landen die geen duidelijke kaders bieden, lopen het risico investeringen mis te lopen.
De conferentie in Paramaribo bracht daarom niet alleen kansen, maar ook harde realiteiten aan het licht. De aanwezigheid van multilaterale banken, ontwikkelingsfondsen en private investeerders toont weliswaar groeiend vertrouwen, maar dat vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Het moet worden verdiend met concrete hervormingen. Opvallend is dat Barnett pleitte voor een bredere visie op energiebeleid, waarbij niet alleen productie centraal staat, maar ook duurzaamheid en inclusiviteit. Lokale gemeenschappen moeten profiteren van projecten, anders groeit de kloof tussen economische groei en sociale ontwikkeling. De oproep is duidelijk: de Caribische regio moet niet alleen investeren in technologie, maar vooral in mensen en instituties. Zonder die basis dreigt de energiedroom te verzanden in afhankelijkheid en gemiste kansen.
Terwijl de wereld kijkt naar de opkomende energiepotentie van de regio, ligt de echte uitdaging dichter bij huis. De toekomst van de Caribische energie hangt niet alleen af van wat er in de bodem zit, maar vooral van wie in staat is die rijkdom verantwoord en duurzaam te benutten.