ZEE - De Russische kernonderzeeër Komsomolets die in 1989 zonk bij Noorwegen lekt nog steeds radioactief materiaal, hebben onderzoekers vastgesteld.

Het materiaal lost op in het zeewater, waardoor er geen direct gevaar is. Wel is oplettendheid nodig. De Komsomolets zonk in april 1989 na een brand aan boord en ligt inmiddels op een diepte van 1.680 meter. De onderzeeër had niet alleen een kernreactor, maar ook twee nucleaire torpedo's. De torpedokamer werd in 1994 afgesloten. Er waren toen geen aanwijzingen dat er plutonium van wapenkwaliteit was gelekt. Wel werd nader onderzoek gedaan.
De kernonderzeeër werd in 2019 uitgebreid bestudeerd. Ook werden op verschillende plaatsen op en rond het wrak monsters genomen. Die gegevens zijn de afgelopen jaren geanalyseerd. De uitkomsten zijn maandag gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. Volgens de onderzoekers lekt de Komsomolets nog altijd radioactief materiaal. Het gaat om zogenoemde radionucliden. Het materiaal lekt niet constant, maar komt af en toe vrij op verschillende plekken op de romp van de kernonderzeeër.
Ook hebben de onderzoekers aanwijzingen gevonden dat de kernreactor aan boord nog altijd achteruitgaat en daarom waarschijnlijk zal blijven lekken. Er is verder onderzoek nodig naar de mate van het verval. Het radioactieve materiaal lijkt niet te zijn verspreid in de directe omgeving van het wrak van de Komsomolets. De wetenschappers vermoeden dat de radionucliden snel afbreken in het zeewater. Ook bij het zeeleven rond het wrak werden geen afwijkingen gevonden. (NU)