PARAMARIBO – De regering ligt steeds meer onder vuur vanwege haar houding met betrekking tot de landbouwactiviteiten van Mennonieten in het binnenland.

In De Nationale Assemblée blijft de coalitie beuken op stilleggen van deze projecten, totdat vaststaat dat alle milieuregels, wettelijke voorschriften en rechten van lokale gemeenschappen worden nageleefd.
Tijdens de behandeling van de staatsbegroting uitten leden van de NDP-fractie hun bezorgdheid over de manier waarop grote stukken grond beschikbaar worden gesteld voor landbouwdoeleinden. Volgens de parlementariërs ontbreekt het aan voldoende toezicht en handhaving, waardoor risico’s ontstaan voor natuurgebieden en bewoners van het binnenland. NDP-fractieleider Rabin Parmessar waarschuwde dat Suriname lessen moet trekken uit ervaringen in andere Zuid-Amerikaanse landen, waar grootschalige landbouwactiviteiten van Mennonieten hebben geleid tot kritiek vanwege ontbossing en milieuschade. Hij vreest voor verlies van waardevolle primaire en secundaire bossen als de overheid niet strenger optreedt. “Hier hebben wij in de afgelopen vijf jaar, toen wij in de oppositie waren, vaak op gewezen. En die lijn trek ik door, want ik weet dat wij niet sterk zijn in handhaving”, stelt Parmessar.
Hij riep het Ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) opnieuw op om volledige openheid te geven over de uitgegeven gronden. Waar sprake is van onregelmatigheden, moeten percelen volgens hem worden teruggevorderd. “Laat niemand mij sprookjes vertellen dat Mennonieten gewone mensen zijn. Ze zijn gewone mensen, maar ze hebben andere karakteristieken wat betreft het milieu: het vernietigen van het milieu.”
Ook fractiegenoot Iona Edwards liet zich kritisch uit over het uitblijven van zichtbare maatregelen. Zij wees op eerdere zorgen over landbouwactiviteiten in gebieden waar inheemse gemeenschappen wonen en vindt dat de regering sneller duidelijkheid moet verschaffen over de bescherming van deze leefgebieden.