PARAMARIBO - De Surinaamse kust bevat mogelijk één van de meest veelbelovende oliebronnen van de gehele Guyana-Suriname-marge. Een nieuw geologisch onderzoek plaatst...

vooral Blok 52 centraal als een gebied waar eerder uitzonderlijk veel olie is gevormd en vrijgekomen. De bevindingen versterken de verwachtingen rond de verdere ontwikkeling van Surinames offshore olie- en gasindustrie.
Het onderzoek, gepubliceerd door GeoExpro op 9 juli, laat zien dat de combinatie van rijk organisch brongesteente, de juiste temperatuurcondities en de geologische opbouw van de zeebodem een ideale omgeving heeft gecreëerd voor de vorming van petroleum. De studie werd uitgevoerd door Kenneth Shipper en Paul Mann van het CBTH Project van de University of Houston, samen met Andrew Pepper van This Is Petroleum Systems.
Volgens de onderzoekers ligt de grootste concentratie van zogenoemde ‘expelled oil’ net bij Blok 52. Deze olie heeft zich losgemaakt uit diep begraven en verwarmd organisch materiaal in de aardkorst en vormt de basis voor mogelijke olievoorraden die later in reservoirs terechtkomen.
De wetenschappers waarschuwen echter dat een sterke oliebron niet automatisch betekent dat er ook een commercieel winbaar veld aanwezig is. Daarvoor zijn meerdere factoren nodig: de olie moet zich kunnen verplaatsen, terechtkomen in geschikte gesteentelagen en daar gedurende miljoenen jaren opgesloten blijven.
De onderzoekers stellen dat de offshore zone rond Blok 52 profiteert van een uitzonderlijke combinatie van natuurlijke omstandigheden. Het gebied beschikt over voldoende warmte in de ondergrond en gesteenten die rijk zijn aan organisch materiaal, waardoor grote hoeveelheden olie konden ontstaan.
Volgens het model heeft deze offshore gegenereerde olie in het verleden mogelijk zijn weg gevonden naar ondiepere kustgebieden van Suriname. De onderzoekers koppelen dit proces aan de aanwezigheid van naar schatting ongeveer één miljard vaten zware olie in de kustregio’s.
Voor het geologische model onderzochten de wetenschappers een offshore gebied van ongeveer 245 kilometer langs de Guyana-Suriname-marge. Daarbij werden gegevens gebruikt van zeven exploratieputten, waaronder temperatuurmetingen en geochemische analyses afkomstig uit verschillende delen van het continentaal plat, de hellingzone en het Demerara Plateau.